Als advocaat gidst Valéry Daniels een grote verscheidenheid aan medici door tuchtprocedures. Hij kent de weg in dit vakgebied. Al meer dan twintig jaar staat hij medici bij in tuchtzaken die op zowel professioneel als persoonlijk vlak vaak veel losmaken. “Voor veel van mijn cliënten is het tuchtrecht een onbekend, spannend en enorm impactvol terrein.”

Hoe ziet u uw rol als belangenbehartiger voor zorgverleners tijdens een tuchtprocedure?
“Op verschillende momenten ben ik heel intensief in het proces betrokken. Uiteraard altijd in samenspraak met mijn cliënt. Het ene moment gaat het om het opstellen van een verweer, het andere moment om het voorbereiden van een mondeling vooronderzoek. Omdat een tuchtzaak voor de meeste medici die ik bijsta onbekend terrein is, leg ik geregeld uit hoe iets in het gezondheidsrecht geregeld is en wat de gang van zaken is in de tuchtprocedure.
Ik ben ook een soort coach door uit te leggen hoe het beste om te gaan met emoties die de kop op kunnen steken tijdens het proces. Het krijgen van een tuchtklacht is heel impactvol. De medicus is bij een tuchtzaak een kat in een vreemd pakhuis. Letterlijk ook, zittingen zijn doorgaans in een gerechtsgebouw met detectiepoorten, parketpolitie en advocaten die rondlopen in toga’s.”
Wat ziet u dat een tuchtprocedure doet met iemand?
“Het ene moment kan een patiënt nog gewoon in de spreekkamer zitten, een week later kan er zonder vooraankondiging bij de medicus thuis een tuchtklacht van die patiënt op de deurmat vallen. Dat onverwachtse van het tuchtrecht is helaas de realiteit voor medici.
Ik ken medici als een beroepsgroep met een ongekende beroepseer die het altijd goed willen doen voor de patiënt. Een klacht doet je op je grondvesten schudden. Het kan leiden tot een openbare zitting met pers of tot een maatregel die impact heeft op je beroepsuitoefening. Er zijn medici die langere tijd slecht slapen of zelfs uitvallen voor werk.
Vaak hoor ik van mijn cliënten dat zij zich vogelvrij voelen; de enige horde voor de klager is het betalen van griffierecht van 50 euro. Er is ook een bepaalde ongelijkheid tussen de positie van medicus en patiënt tijdens een tuchtprocedure. Van medici wordt verwacht dat zij gewoon blijven doorbehandelen tijdens een tuchtprocedure. Dat is best ingewikkeld bij een patiënt die een klacht en/of een aansprakelijkstelling tegen je heeft lopen. Als medicus mag je iemand dan niet weigeren of de behandelovereenkomst beëindigen, maar wordt verwacht dat je professioneel blijft (be)handelen en communiceren.”
Hoe onbekend is het terrein van het tuchtrecht voor zorgverleners, volgens u?
“Behoorlijk, mijn cliënten kennen het tuchtrecht meestal summier. Het is een ver-van-hun-bedshow totdat zij een tuchtklacht krijgen. Vaak is er een vrees voor een berisping of een andere zware maatregel. Ik kan dan wel uitleggen dat het merendeel van de klachten ongegrond verklaard wordt, maar daarmee verandert die angst nog niet.
Mijn cliënten ondersteun ik om hun kant van het verhaal zo goed mogelijk naar voren te brengen. Het college wil zich namelijk een zo goed mogelijk beeld van de situatie vormen. Weet je dat je iets fout hebt gedaan, dan is het absoluut aan te raden dat al in het verweerschrift toe te geven en excuses te maken, ook al voelt dat lastig.
Soms vergeet iemand door emotie tijdens een zitting of mondeling vooronderzoek wel eens een relevant aspect te benoemen, maar dan kan ik dat vanuit mijn rol als gemachtigde aanvullen. Ik ben dan de bezemwagen. Daarin staan we samen en vorm ik met mijn cliënt een tandem.”

Op welke vlakken ziet u verbeterkansen om het beeld over het tuchtrecht bij zorgverleners meer kloppend te maken?
“Volgens mij kan er in de opleiding wel wat meer aandacht voor komen. Bijvoorbeeld door het verplicht bijwonen van een zitting en uitleg te geven over wat een tuchtzaak inhoudt en welk doel het dient. Het is ook goed om te benadrukken dat het tuchtrecht niet alleen over zware zaken gaat en leidt tot een zitting of maatregel.
Overigens mis ik bij de klagende partij vaker dan bij medici kennis over het tuchtrecht. Klagers weten soms niet dat het tuchtcollege geen schadevergoeding kan opleggen. Het zou mooi zijn als dat soort basale informatie meer bekend raakt bij klagers.”
Wat kunnen tuchtcolleges daarin doen?
“In de term tuchtrecht zit al een nadruk op ‘tucht’, ofwel het tuchtigen, bestraffen. Dat heeft een negatieve connotatie. Ik zou 'Toetsingscollege voor de Gezondheidszorg' een betere naam vinden. Juist de lerende werking voor de beroepsgroep is waar het om gaat. De term tuchtrecht sluit daar niet helemaal goed op aan. In de uitspraken zie je dit ook terug. Daarin ligt naar mijn mening nog te veel nadruk op de maatregel die wordt opgelegd.”
Wat is in het kort uw ideaalbeeld voor de toekomst van het tuchtrecht?
“Het zou mooi zijn als er meer nadruk komt op de lerende werking van het tuchtrecht. Waar(om) moest er anders worden gehandeld en met welke verbetermaatregelen voorkom je herhaling? Een mondeling vooronderzoek is een mogelijkheid voor beide partijen om zich in elkaar te verplaatsen. Maar ook om begrip te krijgen voor de op het behandelmoment gemaakte afwegingen. Soms leidt het zelfs tot het intrekken van een klacht.
Verder zou ik bij zowel klagers als medici het vertrouwen in het tuchtrecht graag willen zien groeien. Net als kennis waar een klager het beste zijn klacht kenbaar kan maken. De tuchtklachtfunctionarissen van het ministerie van VWS kunnen hierbij een rol vervullen met advies. Wat mij vaak opvalt, is dat klagers in een tuchtklacht ook een mogelijkheid zien om de medicus te 'straffen'. In dat kader ben ik er voorstander van dat tuchtcolleges vaker volstaan met een waarschuwing dan het opleggen van een berisping. Of een gegrondverklaring zonder maatregel in plaats van een waarschuwing.
In mijn ogen draagt een goed mondeling vooronderzoek positief bij aan het vervolg van de tuchtprocedure. Er is dan contact tussen klager en beklaagde en soms ontstaat er een gesprek. Secretarissen mogen best meer ruimte nemen om hier een actievere rol in te pakken en zich meer opstellen als mediator. Sommigen doen dit al. Verder zou het goed zijn ruimte in te bouwen voordat de klacht op de deurmat van de beklaagde belandt. Bijvoorbeeld door even contact te hebben met elkaar. Zo voorkom je het nu zo onaangename verrassingselement.“